VERKONDIGING op 27 juni 2010, de dertiende zondag door het jaar, in de Kerk van Onze Lieve Vrouw van de Allerheiligste Rozenkrans te Amsterdam
door pastor Pierre Valkering

Gelezen: Uit het eerste boek der Koningen (19, 16b.19-21), Psalm 16 (ged.), de brief aan de Galaten (5, 1.13-18) en uit het Lucas-evangelie (9, 51-62).

Zoals in "de Da Vinci-code" of "het Bernini-mysterie"! - de wereldwijde best-sellers van Dan Brown. De bisschoppen van België door justitie negen uur lang vastgehouden in het aartsbisschoppelijk paleis in Mechelen. Hun mobieltjes moesten ze inleveren. Het huis van kardinaal Danneels doorzocht, dossiers meegenomen, computers meegenomen. En als klap op de vuurpijl: In de Sint-Romboutskathedraal werd de aartsbisschoppelijke grafkelder geopend. Dat alles op zoek naar belastende documenten in verband met onderzoek naar kindermisbruik binnen de kerk. De doofpotten van kardinaal Danneels. Bestaan die? Waar zijn ze? Het leek wel een scène uit de Da Vinci-code of het Bernini-mysterie van Dan Brown. Of nee: het boek en de film verbleken erbij. Want dit is écht! Real-life soap. Zo langzamerhand krijg ik als priester van de Roomse kerk soms het gevoel alsof ik voor een criminele organisatie werk. Dat er zó tegen ons aangekeken wordt. Bij tijd en wijle voelt dat enigzins onbehaaglijk - een onbehaaglijkheid die natuurlijk in het niet valt bij wat slachtoffers van misbruik hebben moeten ervaren. En iedereen snapt: het is in ieders belang, in het belang van slachtoffers, van daders en van de kerk dat de zogenaamde "waarheid" zoveel mogelijk aan het licht komt - al zou je daarbij wensen dat zulke Dan Brownachtige scènes vermeden zouden kunnen worden. Quod non blijkbaar. Rome is natuurlijk weer boos, op de teentjes getrapt. Maar de bisschoppen van België hebben het gelaten over zich heen laten komen is mijn indruk (ja, wat moeten ze anders) en temidden van alle commotie met gepaste vreugde toch Jozef, Sjef, De Kesel gepresenteerd als nieuwe bisschop van Brugge, als opvolger van de vanwege misbruik afgetreden bisschop Vangheluwe. Da's een goeie geloof ik, De Kesel. Maar ja, dat dachten we van Vangheluwe ook altijd. Nou ja, we zullen wel zien. We gaan in elk geval vérder als kerk, wat er ook gebeurt.

En we wenden ons opnieuw, met zo groot mogelijke aandacht, naar het evangelie, naar Jezus, want daar gaat het toch om. Hij is toch de kern, Hij is toch het hart van de zaak waar het ons om gaat in de kerk. Of niet soms? "Terwijl zij onderweg waren". Díe woorden klinken vandaag in het evangelie. De Willibrordvertaling van 1995 vertaalt: "terwijl zij hun reis voortzetten." Zo is het dierbare gasten en parochianen: wij zijn als kerk onderweg, wij zijn op reis. Jézus is het. Het reisdoel is Jeruzalem. Daar wacht Hem het kruis. Maar in het evangelie van deze zondag wordt daarvoor het woord "verheffing" gebruikt. Pieter Oussoren, de vertaler van de Naardense Bijbel heeft het over "opneming". En de Willibrordvertaling van 1995 schrijft: "Toen de tijd naderde dat Hij zou worden weggenomen." Wegnemen, opnemen, verheffen. Welk woord je ook kiest, het is duidelijk dat vooruitgeblikt wordt naar Jeruzalem en naar het kruis - niet als een definitief einde, maar als een doortocht. Het gaat om Jezus' exodus, om zijn uittocht, om zijn uitweg - zijn escape om met Dan Brown te spreken. Jezus gaat gekruisigd worden. Maar op dat kruis gaat Hij ontsnappen. Het is zijn uitweg, op weg naar Gods Koninkrijk. En het is dus de bedoeling dat wij Hem, Jezus, op die weg volgen, dat wij Hem návolgen. De navolging van Christus, daar gaat het om.

Op zijn weg ontmoet Jezus vandaag drie naamloze figuren. Dat is wel interessant, want dan kunnen wij onze eigen naam daar invullen. De eerste is erg enthousiast: "Ik wil U volgen, waar u ook naartoe gaat." En Jezus zegt dan: "De vossen hebben een hol, en de vogels van de hemel een nest, maar de Mensenzoon kan nérgens het hoofd neerleggen" - wat voor mij en voor U dan natuurlijk meteen de vraag oplevert: Nestel ik mij niet veel te veel in wat ik zogenaamd "heb", in mijn zogenaamde "positie", in mijn zogenaamde "identiteit". Zijn dat huis, die meubels, die bankrekening, die maaltijden en wat erbij gedronken wordt niet allemaal te veel: te groot, te zwaar, te dik? Ben ik niet zelf een ongelooflijk meubel geworden? niet te vertillen of te verschuiven ... niet weg te bránden gewoon, weinig flexibel, niet erg dynamisch ... Op dit punt kán voor ons een uitdaging liggen dierbare gasten en parochianen.

De tweede anonymus lijkt in principe wel bereid om op Jezus' uitnodiging, of liever gezegd: bevel (want Jezus zegt gewoon: "Volg Mij"); om daar op in te gaan, maar hij of zij is zo'n type van "eerst nog even dit en nog even dat". Daar moet je dus erg mee oppassen veelgeliefden. Want als je eerst nog even dit of eerst nog even dat wil doen, dan loop je het gevaar dat je net de boot mist, de boot van het Koninkrijk wel te verstaan. En die boot wíl je niet missen. En waar gaat het dan in concreto om? Ik denk: de Geest Gods, die van Jezus, die spreekt in ons. En die geeft ons vanalles in: om contact op te nemen met deze of gene, om dan dit of dat te zeggen. Of je zit op de fiets, je ziet iemand lopen op straat, een bekende. Blikken kruisen elkaar. Je lacht elkaar misschien toe. De Geest in jou zegt: "nu". Maar jij fietst door, want je hebt zogenaamd haast. Oftewel: je zit vast aan je eigen plan en staat niet open voor dat van God. Gemiste kans. Het omgekeerde komt ook voor. Iemand vertelde mij ooit dat een vriend van hem op de trap van de metro in Parijs zo ongeveer letterlijk tegen een onbekende was opgelopen. Er gebeurde iets in beider ogen. En hij is níet doorgelopen. Ze hebben elkaar ontmoet, ze zijn getrouwd en hebben drie kinderen. Zo werkt de Geest Gods, die van Jezus. Zo is de weg die leidt naar het Koninkrijk. Let op je ingevingen, heb er aandacht voor. En negeer ze niet - ook al moet je bij wijze van spreken of zelfs in de meest letterlijke zin je vader gaan begraven ...

Paulus, in de tweede lezing vandaag, uit de brief aan de Galaten, onderscheidt tegenóver de Geest een andere kracht die hij noemt: "zelfzucht" en: "egoïsme". "Leef naar de Geest, dan zult ge niet uitvoeren wat de zelfzucht dicteert". Heel dwingend kan die zelfzucht zijn, náár-geestig, onaangenaam. Ik denk, veelgeliefden, aan de vruchten herkennen we wat dit betreft de boom: De Geest van God, het luisteren naar de ingevingen dáárvan, maakt ons blij en licht en gelukkig. Het luisteren naar de ingevingen van zelfzucht en egoïsme maakt ons droevig, zwaar en óngelukkig. "Bemint uw naaste als uzelf!" Paulus herinnert ons aan hét grote gebod Gods. En hij voegt de Galaten vervolgens toe: "Maar als u elkaar blijft bijten en klauwen, dan vrees ik dat u elkaar op den duur zult verslinden." Er is veel haat en nijd. Buiten de kerk. Ten aanzien van de kerk. Maar ook binnen de kerk. Het is soms wérkelijk een Dan Brownachtige toestand. We hebben nog een hele weg te gaan wat betreft die "navolging van Christus". Maar we geven niet op. Want de uitweg is er. Die weg loopt naar en door Jeruzalem. Het is de weg van het kruis die een weg is van verheffing, van opneming, van weggenomen worden. Amen.