VERKONDIGING op 18 juli 2010, de zestiende zondag door het jaar, in de Kerk van Onze Lieve vrouw van de Allerheiligste Rozenkrans te Amsterdam
door pastor Pierre Valkering
Gelezen: Uit het boek Genesis (18, 1-10b), Psalm 15 (2-5), uit de brief aan de Kolossenzen (1, 24-28) en uit het Lucas-evangelie (10, 38-42).
Wie kaatst kan de bal verwachten.
Een boemerang-effect.
Een koekje van eigen deeg.
Allemaal uitdrukkingen, dierbare gasten en parochianen van deze Rozenkranskerk, die aansluiten bij wat we in het evangelie van deze zondag zien gebeuren.
De neiging van mensen om zich met anderen te vergelijken is zoals bekend onbedwingbaar, evenals de drang om anderen de eigen visie en de eigen manier van doen op te dringen - omdat die natuurlijk beter is dan die van de anderen. Mensen meten elkaar voortdurend de maat en kunnen érg régelend en bedillend zijn.
Die Martha, dierbare gasten en parochianen, kunt u het met haar vinden? Ligt ze u? Ze houdt van zorgen. Graag laat ze de handjes wapperen. Daar legt ze heel veel in. Zolang ze dát maar kan doen is ze in haar element. Als zodanig is daar niets mis mee. Integendeel. We vinden het allemaal fijn als mensen koffie zetten, als we lekkere dingen krijgen voorgeschoteld en als er wat wordt geschonken, als dat allemaal goed en plezierig loopt.
Maar die Martha, veelgeliefden, die gaat een stapje verder. Die wil nota bene de gast, Jezus, inschakelen om haar zus Maria te dirigeren opdat zij "evenzo" zou doen - precies als Martha zelf: hollen en draven. "Heel druk" heeft zij het "met bedienen" zo staat er in de Willibrordvertaling van 1995. In de door ons zoeven gelezen vertaling van 1975 staat: "(zij) werd in beslag genomen door de drukte van het bedienen". Al haar aandacht gaat dáár naar uit: naar wat de gast naar haar idee, dat van Martha, voorgezet moet worden. Maar de vraag veelgeliefden is: zit de gast, Jezus, daar wel zo op te wachten? Wíl Hij wel gevoed en gelaafd worden? Martha is een bron van drukte en onrust en kan het blijkbaar niet uitstaan dat haar zus op een heel andere manier aanwezig is, een zo heel andere keuze maakt wat dat betreft als zijzelf. Dat irriteert haar. En met irritaties is het zo, veelgeliefden: die gaan op de eerste plaats jouzelf aan en niet de anderen. Het zijn jóuw irritaties. En die zijn jóuw eigen verantwoordelijkheid. Het is niet nodig dat anderen die oplossen, nee, dat kun jij alleen maar zelf doen. Hoe doe je dat? Hoe zorg je ervoor dat irritaties niet alleen maar frustrerend en vervelend zijn, voor jou en anderen? Hoe zorg je ervoor dat ze vruchtbaar worden? Hoe zorg je ervoor dat je erdoorheen breekt? Ik denk: je irritaties, daar zit altijd een leermoment in verborgen, voor jouzelf. En als je dat leermoment "pakt", als je het snapt, dan zul je er voortaan anders mee omgaan, dan zul je voortaan anders in het leven staan zelfs.
Martha heeft het heel druk met spijs en drank, met wat de gast voorgezet moet worden naar haar idee en conform de sociale conventies ook natuurlijk. De tafel thuis moet er eigenlijk precies zo uitzien als in de Allerhande, het gratis blad dat je bij de Albert Heijn kunt meenemen. Zo hoort het. En daar is Martha op gefixeerd. De gast zelf, Jezus, die ziet ze eigenlijk over het hoofd, die neemt ze nauwelijks wáár zo krijg je de indruk. Wat ze wel probeert, dat is: Hem voor haar karretje spannen. "Theo zeg jij er nou eens wat van!" Ik hoor het mijn moeder nóg opgewonden zeggen op momenten dat wij, haar kinderen, vroeger aan tafel of zo niet het gewenste gedrag vertoonden. En ik zie nog de wanhopige en halfslachtige pogingen die mijn vader dan deed om haar de steun te geven waar zij om vroeg en waar mijn moeder nooit tevreden mee was. Nee, dat was ook onmogelijk. Mijn vader kon mijn meder onmogelijk overtreffen in dat kapitein of commandant zijn. Haar preoccupaties waren trouwens niet die van hemzelf. Hij stond er op een heel andere manier in, in de situatie.
Maria ook. Zij is gericht op de gast, op Jezus zelf. Zij "kwam aan de voeten van Jezus zitten en luisterde naar zijn woorden". Eén en al aandacht, oog en oor is Maria. Ze lijkt op die andere Maria, op Jezus' moeder. Ik denk dat het niet toevallig is dat ze allebei zo heten. Ze lijken als twee druppels water op elkaar, de moeder en de ideale leerling: beiden kijken en luisteren met liefde. Liefde is wat hen beweegt en wat hun houding bepaalt. Hun houding is ontvangend. En juist zó geven zij. Martha geeft te eten en te drinken. Maar Maria geeft aandacht. En Jezus voedt háár en geeft háár te drinken. Hij doet dat door, op de eerste plaats, wie Hij in persoon ís én Hij doet dat door Zijn woorden. Daarmee voedt Hij Maria en lest Hij haar dorst. De verhoudingen, dierbare gasten en parochianen, zijn dus precies omgekeerd: Niet wij hoeven Jezus te verzorgen en vanalles te geven. Nee, Hij geeft ons, nóta bene zichzelf. "Christus, de hoop op de heerlijkheid, is in u" zegt Paulus in de tweede lezing vandaag, uit de brief aan de Kolossenzen. Maria ervaart dat denk ik. Terwijl zij naar Hem luistert, naar Jezus, komt Hij in haar en ontsluit Hij in haar Zijn bron van onverwoestbare hoop. Maria krijgt het. In het contact met Jezus groeit in haar de hoop zoals, in de eerste lezing vandaag uit het boek Genesis, in de schoot van de bejaarde, tot dan toe onvruchtbare Sara een kind, een zoon: tóch nog! Geef jezelf dus niet op. En geef andere mensen nooit op. Je bent nooit te oud om de hoop die Christus heet te ontvangen - en om van die hoop te gaan leven, méér dan van brood, vlees, wijn, water, kaas en melk - om nog even alles te noemen wat Abraham voor zíjn gast/gasten die de Heer zelf was, liet aanrukken. Maria krijgt het, Martha krijgt het niet. Nou ja, een koekje van eigen deeg dan. Zij wil Jezus voor haar karretje spannen, maar dat laat hij natuurlijk niet gebeuren. Wie kaatst kan de bal verwachten. Jezus speelt haar vraag als een boemerang naar haar terug. Hij houdt haar een spiegel voor. Hopelijk ziet zij dat zij in al de drukte van haar bedienen in wezen heel erg met zichzelf bezig is en met haar idee van "hoe het hoort". Het ware dus te wensen dat zij haar dienblad laat staan en naast haar zusje gaat zitten. Dan zal het met de inwendige mens in alle opzichten zeker goedkomen. Amen.