Orgel

Op zondag 25 maart 2012 is het T. Jos. Vermeulen-orgel (1918) in de Obrechtkerk in Amsterdam opnieuw in gebruik genomen. Het orgel werd gerestaureerd en gereconstrueerd door Pels & Van Leeuwen Kerkorgelbouw B.V. te ‘s-Hertogenbosch.

Voor de Obrechtkerk, officieel de kerk van Onze-Lieve-Vrouw van de Allerheiligste Rozenkrans geheten, bouwde T. Jos Vermeulen (fa. Ypma & Co) uit Alkmaar in 1918 een orgel naar het rein-pneumatische kegelladesysteem. Het orgel kreeg een vrijstaande speeltafel en werd opgeleverd met 27 registers verdeeld over twee klavieren en vrij pedaal. De orgelkas werd gemaakt naar een ontwerp van de architect van de kerk, Jan Stuyt.

In 1939 werden wijzigingen aan het front aangebracht om het roosvenster beter tot zijn recht te laten komen.

In 1957 werd op aandringen van de musicoloog en koordirigent Jan Bank het instrument door Vermeulen gewijzigd naar de toen geldende inzichten. Het orgel werd geëlektrificeerd en de dispositie in neobarokke sfeer omgebouwd. Strijkers moesten het veld ruimen en expressions werden verwijderd. In 1967 werden de werkzaamheden, op advies van Jan Bank en Bernard Bartelink, voltooid en kreeg het orgel een rugwerkje in neobarokke stijl. Bij deze gelegenheid werd een deel van de tongwerken vernieuwd. Door de jaren heen ging achterstallig onderhoud zijn tol eisen en namen de storingen toe.

In 2002 werden door adviseur Jos Laus de eerste contouren voor een restauratie/reconstructieplan opgesteld. Het rugwerk zou verwijderd worden, maar de positieffunctie wilde men behouden. Het plan voorzag in de plaatsing van het positief in de orgelkas tussen hoofdwerk en zwelwerk. Een plan dat overigens in 1916 al door Vermeulen en Stuyt werd voorgesteld, maar het niet haalde vanwege de oorlogsomstandigheden.

Bij de recente restauratie door Pels & Van Leeuwen werd de oorspronkelijke dispositie voor hoofd- en zwelwerk gereconstrueerd, temeer omdat 90% van het oorspronkelijke pijpwerk in al dan niet versneden vorm aanwezig was. Voor het nieuwe positief kon veel pijpwerk van de jaren zestig na het aanbrengen van expressions en herintonatie worden hergebruikt. Waar nodig werd nieuw pijpwerk gemaakt. De speeltafel van 1957 is vervangen door de oude speeltafel van het orgel van de Maria van Jessekerk te Delft. T. Jos. H. Vermeulen plaatste deze drieklaviers speeltafel in 1930 bij de pneumatisering van het Maarschalkerweerd-orgel. De speeltafel, die overcompleet was na de reconstructie van het Delftse orgel, werd in stijl herzien en aangepast aan de Amsterdamse situatie. Het orgel telt thans 36 registers verdeeld over drie manualen en vrij pedaal. [JOS LAUS]

Dispositie

Hoofdmanuaal I ‘ C-g3
Prestant 16
Prestant 8
Fluitharmoniek 8
Salicionaal 8
Holpijp 8
Octaaf 4
Roerfluit 4
Octaaf 2
Mixtuur II-V
Trompet Harmoniek 8

Positief manuaal II ‘ C-g3
Bourdon 16
Salicionaal 8
Bourdon 8
Prestant 4
Roerfluit 4
Nasard 2 2/3
Mixtuur III
Echotrompet 8

Manuaal III Expressief C-g3
Bourdon 16
Viool Prestant 8
Viola di Gamba 8
Voix Céleste 8
Bourdon 8
Flûte Octaviante 4
Violine 4
Sexquialtera II
Piccolo 2
Basson Hobo 8
Vox Humana 8

Pedaal C-f1
Contrabas 16
Subbas 16
Quintbas 10 2/3
Octaafbas 8
Open Fluit 4
Bazuin 16
Trombone 8

Werktuiglijke registers
Manuaalkoppelingen I+II, I+III, II+III
Pedaalkoppelingen P+I, P+II, P+III
Octaafkoppelingen I+II 16′, II+II 16′, II+III 16′, III+III 16′, I+I 4′
Registercrescendo
Zwelkast Manuaal III
Tremolo II
Tremolo III
Vaste combinaties: Tutti F.F Forte Mezzoforte Piano
Elektronische setzercombinatie

© 2012 www.orgelnieuws.nl